“Ze raakt overprikkeld, dus we maken het rustiger om haar heen.” Dat is een logische reactie, en soms precies de goede. Toch kan een omgeving die steeds stiller en leger wordt ook het omgekeerde effect hebben.
Te weinig is ook een prikkel
Bij dementie en niet-aangeboren hersenletsel verandert vooral de verwerking van prikkels: het filteren, ordenen en er betekenis aan geven. Daardoor komt een drukke huiskamer harder binnen dan vroeger. Maar een omgeving waarin bijna niets gebeurt, is ook niet neutraal. Wie te weinig binnenkrijgt, gaat soms zelf prikkels maken: rondlopen, roepen, wrijven, frunniken. In onderzoek naar roepgedrag bij dementie is sensorische onderprikkeling dan ook een van de mogelijke verklaringen, naast onder meer pijn, overprikkeling en eenzaamheid (Lorent, 2005).
Het werkt zolang de afstemming blijft
Een Engelse gerandomiseerde studie vergeleek multisensorische sessies (snoezelen) met één-op-één activiteiten bij mensen met dementie (Baker e.a., 2001). Beide gaven direct effect: mensen praatten spontaner, namen meer initiatief, maakten meer contact en verveelden zich minder. Maar binnen een maand na het stoppen van de sessies was dat effect verdwenen.
De les
Het zit niet in de ruimte of het product, maar in de afgestemde aandacht. En die werkt alleen als ze onderdeel blijft van de dag.
Afstemmen begint bij kijken
Prikkelafgestemd werken betekent niet zoveel mogelijk weghalen, en ook niet zoveel mogelijk toevoegen. Het betekent kijken naar deze persoon, op dit moment. Hoe alert is iemand? Welke zintuigen geven rust, welke juist onrust? Welke prikkel helpt om weer aanspreekbaar te worden?
En daarbij geldt altijd: denk sensorisch, maar nooit alléén sensorisch. Onrust kan ook voortkomen uit pijn, angst of eerdere ervaringen.
Meer weten? In onze scholing leer je hoe je de prikkelverwerking en alertheid van een cliënt in kaart brengt en wat je daarmee doet in de dagelijkse zorg.
Bronnen
- Baker, R. e.a. (2001). A randomized controlled trial of the effects of multi-sensory stimulation (MSS) for people with dementia. British Journal of Clinical Psychology, 40, 81-96.
- Lorent, G. (2005). Roepen bij dementerenden. UPC Sint-Kamillus, Bierbeek.
Denk sensorisch, maar nooit alléén sensorisch. Pijn, medicatie, angst of eerdere ervaringen kunnen ook achter gedrag zitten.